Eénmaal kindje, zul jij trots zijn...
In het boek 'Eénmaal kindje, zul jij trots zijn' vertellen 33 kinderen van verzetsdeelnemers hun levensverhaal. Voor hen is de oorlog pas voorbij als er in hen een proces van verwerking heeft plaatsgevonden, waarbij ze hun ouders leren zien zoals ze werkelijk waren.
Het zijn 33 verhalen van hoop en vertwijfeling geworden, waarbij de hoop in de meeste gevallen het sterkst bleek te zijn. Verhalen van verzet en overgave, om het met woorden van Dietrich Bonhoeffer te zeggen.
De levensverhalen van de 33 geïnterviewden zijn geen makkelijk verteerbare brokken geworden. De taal die gesproken wordt, is gefragmenteerde taal, omdat een herinnering aan oorlog en verzet slechts gefragmenteerd kan zijn. Totaal is slechts de oorlog.
De taal van de gesprekken is soms hakkelend, omdat herinnering zich slechts hakkelend, hortend en stotend laat verklanken. Geen enkele herinnering aan oorlog en verzet verloopt vloeiend.
De helende verwerking ervan al evenmin.
Dit boek wil een bijdrage leveren aan die verwerking. En hoe komt een mens van vallen tot opstaan? Door in beweging te komen en tot zichzelf te komen. Door het eigen levensverhaal te leren vertellen en daardoor daadwerkelijk op te staan.
De vertellers in dit boek hebben er lang naar verlangd om hun verhaal te mogen vertellen. Hoe is het om een kind van een held(in) te zijn?
Dat dat vertellen soms therapeutisch kan werken voor de verteller en de luisteraar, is de zegen die in het verhaal ligt besloten.
Helden zijn mensen die hun kinderen belast en verrijkt hebben met een ideaal, een geloof, een boodschap....
‘Getuigen zijn zelden helden. Echte helden getuigen zelden,’ zong Herman van Veen. In het boek ‘Eénmaal kindje, zul jij trots zijn...’ 33 getuigen, over helden die nooit getuigden...