Ook voor individuele hulp kunnen (klein)kinderen van verzetsdeelnemers die lid zijn van onze vereniging bij de KvV terecht. Natuurlijk gaat het om concrete hulp. Maar vaak wil de hulpaanvrager allereerst zijn/haar verhaal kwijt. En dat verhaal kan men één op één vertellen ofwel aan hulpverlenende instanties, maar ook als gastspreker op scholen en/of bij landelijke of regionale lotgenotencontacten. Ook kunnen leden (samen) naar herdenkingen en reünies gaan, of bloemen leggen bij een monument. Zij kunnen hun ervaringen o.a. verwerken door het schrijven van artikeltjes en/of gedichten of door andere creatieve uitingen voor het contactorgaan van de vereniging. Al deze activiteiten kunnen helpen het eigen ‘oorlogsverleden’ en/of dat van de (groot)ouders te verwerken.

Verder verwijst de vereniging belangstellenden door naar landelijke gespreksgroepen. Gebleken is dat dit contact met lotgenoten verhelderend, helpend en helend kan werken en een begin kan zijn van verwerking. Het doel van een gespreksgroep (en van alle bovengenoemde vormen van verwerking) is met elkaar inzicht te krijgen in de eigen situatie, daar woorden voor te vinden. Vanuit een eventuele schaduw tevoorschijn te komen en ruimte te vragen voor het eigen verhaal, waarbij ieders verhaal gelijke waarde heeft.

De eerste contacten verlopen in de meeste gevallen via het secretariaat. Vaak omdat de beller of schrijver is doorverwezen naar onze vereniging, of omdat men een artikel gelezen heeft over onze vereniging in kranten of bulletins van instellingen/verenigingen. Ook door het surfen op internet weten inmiddels veel mensen ons te vinden. Op de website van ettelijke instanties met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog staan links naar onze vereniging, wederzijds ook, zie de site links.

De vereniging heeft een eigen vertrouwenspersoon met wie een lid persoonlijk contact kan hebben over vragen en problemen. Deze zal proberen de hulpvrager in een gesprek te laten weten dat we begrip hebben voor zijn of haar problematiek en indien mogelijk de weg naar de juiste hulp wijzen.

Hulpvragen zijn bijv.: hoe kom ik in contact met lotgenoten, hoe en waar kan ik informatie over verzetsactiviteiten van mijn (groot)ouders vinden, waar kan ik terecht voor een gespreksgroep en vragen m.b.t. uitkering of pensioen, of andere specifiek persoonlijke vragen.

Als vereniging willen wij wel duidelijk stellen, dat wij geen hulpverlenende instantie zijn. Daar zijn soms misvattingen over. Ook beschikken wij niet over een archief, zoals het NIOD b.v. wel. Wij kunnen u dus niet helpen bij uw naspeuringen naar het (oorlogs)verleden van uw familie. Mocht een lid meer hulp nodig blijken te hebben, dan wij op particuliere en vrijwillige basis kunnen geven, dan verwijzen we door naar de daartoe bevoegde instanties.

Zo nodig zullen wij doorverwijzen naar hulpverlenende instanties zoals Stichting 1940 – 1945 of Stichting Centrum ’45 in Oegstgeest. Maar wij zijn uiteraard niet bevoegd om vast te stellen of u in aanmerking komt voor dat soort hulp, dat beslist men in Centrum ’45 of elders.